Skip to main content

Lieven de Keylezing 2019 - Wouter Veldhuis - MUST

Geschreven op .

Wouter CustomDe uitreiking van de Haarlemse architectuurprijzen – de Lieven de Key Penning en de Lieven de Key Publieksprijs - wordt traditioneel vooraf gegaan door de Lieven de Key Lezing. Onderwerp naar eigen keuze, maar graag relevant voor de stad Haarlem. De uitnodiging ging dit jaar naar Wouter Veldhuis van MUST. Dinsdag 26 november j.l. sprak hij deze tekst uit.

Een onooglijke plek
De Nieuwe Groenmarkt. Hoe is het mogelijk dat middenin deze fantastische binnenstad nog zo’n onooglijk pleintje ligt! Nou ja, een plein mag het niet heten. Het is eerder een gedempte gracht, zonder dat hier, denk ik, ooit een gracht is geweest. Een langgerekte ruimte zonder aanleiding, begin of een eind. En zeker ook niet groen, met drie noodlijdende bomen.

Velen van u, die al langer in Haarlem wonen of werken, hebben ongetwijfeld al lang een plan klaarliggen om van deze onopvallende plek in het hart van de binnenstad iets moois te maken. En mocht u, als genomineerde architect uit de grote steden Amsterdam en Rotterdam, geen weet hebben van de Nieuwe Groenmarkt, dan raad ik u aan om na de feestelijkheden er even langs te lopen. Het is een klein ommetje waard, onderweg naar de parkeergarage van het prijswinnende Raaksgebied of op weg naar het mooiste station van Nederland. Als u deze merkwaardige plek ziet gaan uw ontwerpvingers onmiddellijk jeuken.
Waarom ik u meeneem naar de Nieuwe Groenmarkt? Omdat deze onooglijke plek volgens mij een van de meest genereuze plekken in de stad is. Ik heb deze bijzondere plek in Haarlem een half jaar geleden ontdekt. Misschien wel uniek in Nederland. Als er een prijs zou mogen worden uitgereikt voor een van de meest rechtvaardige plekken in de stad, dan wint deze plek in bijna alle categorieën. Ik zal mij nader verklaren.

Hechte gemeenschap
Halverwege de Nieuwe Groenmarkt staat de Groenmarktkerk of Sint-Antoniuskerk. Gebouwd in neoclassicistische en barokke stijl door de Vlaamse architect Tieleman Franciscus Suys, die ook de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam bouwde. Hoewel het gebouw op zichzelf al bijzonder genoeg is wil ik vooral vertellen over de impact van deze kerk op de directe omgeving. Elke middag is de kerk open van 14.00 tot 16.00 uur als stiltecentrum. Een veilige haven in een drukke binnenstad die gedomineerd wordt door consumptie en vertier. In een gesprek met Lenneke Overmaat noemt een van de jonge kerkgangers het ’een plek die helpt’. Maar er is veel meer. Rondom de kerk, achter de gevels van de Nieuwe Groenmarkt heeft in de afgelopen anderhalve eeuw een netwerk van gelieerde gemeenschappen en instellingen een plek gevonden. Neem bijvoorbeeld de organisatie ‘Stem in de Stad’ die mensen in nood ondersteunt. Er is een aanloopcentrum, een eetvoorziening, een Nieuw Wereldhuis voor vluchtelingen, een plek voor maatschappelijk werk, een Straatpastor, een spreekuur voor ongedocumenteerden, een SchuldHulpMaatje, een verblijfhuis, een postadres, Antonius Kookt en het Vrouwencafé Haarlem. En al deze functies danken hun bestaan aan een zeer betrokken groep Haarlemmers die zich georganiseerd hebben rondom de Groenmarktgemeenschap. Een los vast verband dat heel bijzonder is in een tijd waar alle persoonlijke verantwoordelijkheid voor de samenleving is weggeorganiseerd naar een anonieme verzorgingsstaat.
GroenmarktRegen Custom Natuurlijk zijn er meer van dit soort plekken in onze steden. Maar zo bijzonder  is dat deze plek is genesteld in het hart van de stad, op een van duurste plekken. Midden in de drukke binnenstad is het hier juist heel rustig. Even geen terrassen, winkels en toeristen, maar hier en daar een zwerver die op de trap van de kerk zit in afwachting van de maaltijdsoos of op het bankje onder de bomen op de Krocht, aan het eind van het plein, om een sjekkie of joint te roken.

Als ik over de Nieuwe Groenmarkt wandel vraag ik mij hardop af hoe wij dit soort plekken in de stad kunnen behouden, tegen de verdrukking in. Want het grote geld doet natuurlijk niets liever dan deze plek inlijven en toevoegen aan het circuit van winkelstraten en horecaconcepten. Wat mij betreft is de Nieuwe Groenmarkt het begin van een nieuw verhaal over een Rechtvaardige Stad. Een Genereuze Stad, die teruggrijpt op een lange geschiedenis waarin het altijd mogelijk was om plek te maken voor nieuwkomers en iedereen bereid was om een beetje in te schikken en ruimte te laten en te maken voor anderen. Zo is Lieven de Key in deze stad aangekomen. En na hem vele anderen.

Een nieuw verhaal
De Engelse onderzoeksjournalist George Monbiot stelde onlangs dat cijfers en rationele argumenten bij grote maatschappelijke veranderingen nauwelijks een rol spelen, het gaat om een aansprekend verhaal. Alleen daarvoor komen mensen in beweging, dat stuurt de publieke opinie en heeft politieke gevolgen. Dat verhaal moet gebaseerd zijn op waarden en beginselen. Hij citeert de Amerikaanse auteur Mike Davis: ‘In de stad moet prioriteit worden gegeven aan publieke welvaart boven particuliere rijkdom’. Dit is nu precies waar de Nieuwe Groenmarkt wat mij betreft over gaat. En daarmee is deze onooglijke plek in de Haarlemse binnenstad voor mij een belangrijk startpunt voor een aansprekend verhaal over de rechtvaardige stad waar publieke welvaart prioriteit heeft boven particuliere rijkdom.

Vorige week zag ik een opvallende videoboodschap van Herman Tjeenk Willink die naadloos aansluit op mijn zoektocht naar een nieuw verhaal. Hij roept op tot het herstel van een roemrijke traditie die wij de afgelopen decennia onterecht bij het grofvuil hebben gezet: de ruimtelijke ordening en stedenbouw. Die traditie was gebaseerd op de gedachte dat grond en ruimte geen koopwaar zijn maar habitat, leefomgeving. Volgens Tjeenk Willink moeten we terug naar die traditie.
Maar hoe kunnen wij die leefomgeving weer op een rechtvaardige manier produceren? De Amerikaanse theoreticus David Harvey geeft op deze vraag een belangrijk antwoord. Hij ziet de ruimte van de stad als een sociaal product dat in handen zou moeten zijn van degenen die het gebruiken en ‘produceren’. In zijn artikel ‘The Right to the City’” stelt hij dat ‘Het recht op de stad veel meer is dan de individuele vrijheid om gebruik te maken van de voorzieningen. Het is het fundamentele recht om jezelf te ontwikkelen door de stad te ontwikkelen’”. In die zin is de Groenmarktgemeenschap het ultieme voorbeeld waar wij heel zuinig op moeten zijn. Zij hebben een plek in de stad gecreëerd waar de zwaksten van onze samenleving de ruimte krijgen om hun eigen leven vorm te geven.
Maar wat betekent dit nu concreet voor ons, wij die vormgeven en sturen aan de stad? Ik weet het ook nog niet precies, maar zie wel drie aanknopingspunten die ik ter afsluiting van deze lezing graag aan u meegeef:

Wonen voor iedereen
Ten eerste. Laten we weer volop inzetten en ons hardmaken voor een stad waar voor iedereen plek is. En dat begint bij een goed woningaanbod. Zet in op mooie en goed ontworpen gebouwen voor alle soorten mensen en inkomensgroepen. Voorkom de suburbanisatie van de armoede als steeds meer aantrekkelijke plekken in de stad en de regio voor steeds minder inkomensgroepen toegankelijk worden. Dus durf radicaal te kiezen voor betaalbare woningen op dure plekken in de stad en duurdere woningen in zwakkere wijken. En laten we weer trots zijn op het feit dat wij in Nederland hier een lange traditie in hebben! Voor de rest van de wereld zijn we nog steeds een gidsland. Dit vraagt bestuurlijke moed, maar ook hele goede ontwerpers. Want betaalbare woningbouw en versterking van de woningvoorraad in zwakke wijken is geen gemakkelijke opgave. Deze avond stemt gelukkig hoopvol. Een groot deel van de genomineerde plannen is gerealiseerd in de zwakkere wijken van Haarlem en gericht op heel veel verschillende inkomensgroepen.

Trotse publieke gebouwen
Laten we, ten tweede, al onze kennis en ontwerptalent zoveel als mogelijk ten dienste stellen van de ontwikkeling en het beheer van maatschappelijk vastgoed. In de gebiedsontwikkeling is maatschappelijk vastgoed vaak een kostenpost, maar het is het cement van de samenleving. Het zijn de plekken waar verschillende werelden elkaar ontmoeten. Waar ieder individu de kans krijgt om zich te ontwikkelen. En het is vooral ook een hele belangrijke architectonische opgave. Publieke gebouwen lenen zich voor identificatie, zijn motor van gemeenschapsvorming en representeren de gemeenschap. Dit prachtige Stadhuis en deze Gravenzaal, waar we nu voor de uitreiking van de Lieven de Key Penning bij elkaar zijn, is van alle Haarlemmers. Een mooier voorbeeld is er niet. Echter, gezien de nominaties voor de Lieven de Key Penning is hier nog een flinke stap te zetten. Met slechts twee publieke gebouwen, twee gerenoveerde en uitgebreide basisscholen, is de oogst van drie jaar bouwen wat mager. Fijn, want  niets is zo betekenisvol als acht jaar goed onderwijs in een goed ontworpen basisschool. Dit vormt de rest van je leven. Maar jammer dat het daar bij blijft.

Genereuze openbare ruimte
Ten slotte ligt wat mij betreft de belangrijkste sleutel voor een Rechtvaardige Stad in het publieke domein. In het kader van het terugdringen van de automobiliteit zal een groot deel van onze steden autoluw worden. Op zichzelf een goed streven. Maar dit soort maatregelen leiden tot nu toe ook meestal tot een striktere ordening en vooral esthetisering of thematisering van de openbare ruimte. Volgens Richard Sennett is dit een van de grootste bedreigingen van publieke waarden, omdat thematisering van de openbare ruimte meestal eendimensionaal is en zo een monopolie vormt voor een identieke groep en daarmee anderen uitsluit. In de praktijk betekent dit meestal dat dit leidt tot mooie straatbeelden, maar meestal uitsluitend gericht op de toerist en het winkelend publiek.

Ik denk dat het ook anders kan en pleit voor meer durf. Stel het publieke domein open voor onverwachte initiatieven met onbekende afloop. Kunnen wij onze straten en pleinen zien en ontwerpen als een open systeem dat continu aangepast en gerepareerd moet worden?
Nwe fietsenparkeerDurven wij het zwaar bevochten stedenbouwkundig idioom met zorgvuldig gecomponeerde stedelijke ruimtes en beeldkwaliteitsplannen los te laten? Ik zou het experiment graag aangaan en de ruimte willen geven aan alle bewoners en gebruikers van de stad om zelf een bijdrage te leveren aan een betekenisvolle publieke ruimte. Niet via de weg van de inspraak, maar in nieuwe gemeenschappen. En als het mislukt dan proberen we weer iets anders.

Een proeftuin middenin de stad
In die zin is de huidige situatie op de Nieuwe Groenmarkt een zegen. Sinds 1 juli 2019 zijn er enkele ad hoc maatregelen genomen om het plein autovrij te maken. In afwachting van de definitieve plannen nodigt het plein nu uit om toe te eigenen. Net als de Boulevard Anspach in het hart van Brussel is er nu een stedelijke ruimte ontstaan die vraagt om burgerinitiatieven. Dus geef als stad de ruimte aan de omwonenden en de gemeenschappen rondom de Groenmarktkerk om hier te experimenteren met initiatieven en activiteiten. Ontwikkel letterlijk ruimte voor een proeftuin middenin de stad!

Mooier kan je het niet krijgen.

- Wouter Veldhuis schreef samen met Simon Franke het stadsessay 'Verkenning van de rechtvaardige stad – Stedenbouw en de economisering van de ruimte'. Gratis hier te downloaden.
- Zij schreven eerder ook een artikel voor NL Magazine over 'publieke welvaart in de rechtvaardige stad'.
- Zie ook het blog van Lenneke Overmaat over de Groenmarktkerk.
- En een blog van Simon Franke over de Nieuwe Groenmarkt.