Ateliers29 mei j.l. was ik gast op de bijeenkomst Permanent Atelierruimte gezocht: naar een duurzaam atelierbeleid, georganiseerd door Kunstenbond, Platform BK en Pakhuis de Zwijger. Hieronder de tekst van mijn statement, dat start met de erkenning van Richard Florida dat er iets mis is gegaan met zijn concept van de creatieve klasse. Voor kunstenaars dreigt in de stad geen plek meer te zijn.  Hoe kunnen zij zich verweren?

Florida's mea culpa
In 2002 startte de zegetocht van Richard Florida en zijn ‘rise of the creative class’. Alle westerse steden moesten concurrerend zijn in het faciliteren van de kennisindustrie, dat  bracht economische voorspoed. Gretig vormden bestuurders van gemeenten, corporaties en ontwikkelaars zijn boodschap om in beleid.
In april van dit jaar verscheen een nieuw boek van Florida: ‘The New Urban Crisis’. De boodschap is een stuk somberder dan 15 jaar geleden. Succesvolle steden worden geconfronteerd met de nare bijwerkingen van het medicijn van de creatieve klasse: gentrification, segregatie en ongelijkheid. Betaalbare huisvesting is er in grote delen van de stad niet meer; stadsdelen zijn óf rijk, óf arm en het verschil tussen die twee wordt steeds groter. ‘The winner-take-all urbanism’ noemt Florida dat nu. En zo zegt hij: “I found myself confronting the dark side of the urban revival I had once championed and celebrated.’ Meer over Florida en zijn boek is hier te vinden.

Kunstenaars kunnen zich organiseren
Mijn vrees is dat ook Nederlandse steden ontoegankelijk worden voor mensen zonder hoog inkomen of vermogen, dat de stad verschraalt en de diversiteit eruit verdwijnt. We laten toe dat economisch rendement het ruimtegebruik bepaalt en kijken veel te weinig naar de sociaal culturele opbrengst van ruimte.
Kunstenaars zijn in hun probleem om betaalbare huisvesting en atelierruimte te vinden niet uniek. Dat is jammer, maar ook de opstap naar de twee punten die ik wil inbrengen. De kern daarvan is dat kunstenaars zich moeten organiseren om er voor te zorgen dat ze een plek in de stad kunnen houden. Het huidig maatschappelijk klimaat gunt hen dat niet als vanzelf. Ook al ben je daar niet voor opgeleid en heb je er helemaal geen zin in, je zult aan de bak moeten. Initiatief nemen kan op twee manieren:

 

Politieke lobby
Betaalbare ateliers zijn net zo belangrijk als betaalbare woningen of publiek vastgoed of voor iedereen toegankelijke openbare ruimte. Er is een groeiende tegenbeweging die laat zien dat het economisch succes van de concurrerende stad korte termijn beleid is dat zich uiteindelijk zal richten tegen de meerderheid van de eigen bevolking. Kunstenaars en de atelier-lobby kunnen zich verbinden met deze beweging, die pleit voor een rechtvaardige stad, toegankelijke voor iedereen. En wel nu, want de gemeenteraadsverkiezingen komen eraan.

Zelforganisatie
Tweede punt: zelf ‘stadmaken’, zoals we dat de laatste jaren zijn gaan noemen. In plaats van protest tegen de bestaande ontwikkelingen gaat dit om burgerinitiatief, zelfstandig het alternatief vormgeven. In Amsterdam zijn tientallen initiatieven te vinden waarin gebouwexploitatie door de gebruikers zelf wordt vormgegeven. Dat zijn vaker publieke ondernemers dan kunstenaars, en vaak is de insteek eerder sociaal dan cultureel. Denk aan de Lucas community in Osdorp of MidWest in de Baarsjes. Maar er zijn ook initiatieven die dichter op kunst en cultuur zitten, zoals Tugela85 in Transvaal. Of de eigen woningbouwvereniging Soweto in de Indische buurt, opgericht door kunstenaars. En we kennen ook al jaren de NDSM loods, opgezet vanuit het idee dat de gebruikers mede-investeerders zijn en zo zeggenschap verwerven over functie en exploitatie.

Zeggenschap en eigendom
Natuurlijk zijn het heel vaak initiatieven die vorm krijgen in gebouwen die hun oorspronkelijke functie hebben verloren. En natuurlijk is er het risico dat die initiatieven worden verdreven door meer renderende bestemmingen nu de vastgoed markt in Amsterdam booming is. Daarom is het zo belangrijk dat de invulling van zo’n gebouw niet een tijdelijke toewijzing is van gemeentebestuur of corporatie, maar dat het zelforganisaties zijn die zeggenschap en liefst ook vormen van eigendom weten te realiseren. Dat doe je niet door een hoger bod uit te brengen dan andere partijen, wel door je een plek toe te eigenen, je te verbinden met initiatieven van burgers in de omgeving en een effectieve politieke lobby. Creëer een eigen speelveld dat op lange termijn voor de stad vele malen aantrekkelijker is dan een puur commerciële invulling.

Abonneer u nu op de nieuwsbrief over onze publicaties en programma’s