pag 52 CustomOp 12 december 2016 sprak Wouter Veldhuis van MUST Stedebouw in Pakhuis De Zwijger onderstaande column uit in een programma over de ontwikkelingen in Amsterdam Nieuw-West. Het programma was georganiseerd door Nul20, het platform voor woonbeleid in de regio Amsterdam www.nul20.nl De aanleiding was de nieuwe publicatie Nieuw-West: parkstad of stadswijk waarvan hij een van de auteurs is en de prijsvraag Who cares?, die binnenkort wordt georganiseerd door de Rijksbouwmeester.

De Rijksbouwmeester windt er geen doekjes om bij de lancering van zijn ontwerpprijsvraag voor de vernieuwing van de naoorlogse stad: wijken die na de oorlog zijn gebouwd zijn niet goed voor de volksgezondheid! De cijfers spreken boekdelen. De wijken die wij de afgelopen zestig jaar hebben gebouwd werken eenzaamheid in de hand. De gezonde levensverwachting is er aanzienlijk lager en het percentage mensen met obesitas is aanzienlijk hoger. Moet je nagaan wat er gebeurt als de maatschappij ook nog eens vergrijst? Een zeer ingrijpende verbouwing lijkt het enige medicijn. Zachte heelmeester maken immers stinkende wonden.Op het moment dat maatschappelijke veranderingen aangegrepen worden om grootschalig in te grijpen in de gebouwde omgeving krijg ik argwaan. De stad is traag en leent zich moeilijk voor snelle aanpassingen aan de eisen van de nieuwe tijd. Sociale structuren zijn kwetsbaar en zeer gevoelig voor ondoordachte ingrepen. De Rijksbouwmeester zoekt met deze ontwerpprijsvraag naar inspirerende antwoorden, maar bij mij borrelen vooral veel vragen op.

Johan en Peter SmallDe onverwachte nazomer brengt ook de bewoners van de Haagse Schilderswijk de straat op. Of hun buurt er nu op ingericht is of niet, een deel van hun leven verplaatst zich naar de straat.
Ik slenter, na een paar maanden weg te zijn geweest, door de wijk op zoek naar bekende en nog onbekende ‘plekken van betekenis’. Op de pleinen en parken is het  druk met spelende kinderen, oplettende moeders en voetballende jongeren. Maar er is meer te zien. In de Schilderswijk vind ik vanmiddag de huiskamer op straat.

Geïmproviseerde tafel
Op het Nicolaas Penninghof zie ik op deze dinsdagmiddag twee mannen zitten op eetkamerstoelen met tussen hen in een omgekeerde groene afvalbak als tafel. Ze spelen verwoed backgammon en ik durf ze niet te storen in hun spel. Als ik hen drie uur later nog zie spelen - met hun stoelen en geïmproviseerde tafel inmiddels drie meter verschoven, met de zon mee - mag ik wel een foto van ze maken maar ze zijn nauwelijks te verleiden tot een praatje. Peter woont hier al negentien jaar en zijn tegenspeler is schoonzoon Johan. Heavy metal muziek galmt uit de openslaande, met tekeningen behangen, ramen van Peters huis.

cafe CustomOp 1 september 2016 vond de eerste Door de bril van-café plaats, georganiseerd door Jolanda Hoeflak, een van de auteurs  van het boek De waarde van het alledaagse. Ongeveer dertig mensen discussieerden mee in een sfeervolle avond in De Elegast, de huiskamer van de buurt Landsherenkwartier in Deventer, ook omdat gastheer Martijn wat kaarsjes aanstak halverwege de avond. Jolanda doet verslag van de discussie. (Op de foto auteurs Ellen de Groot en Jolanda Hoeflak.)

Wijkprofessionals de wijk uit?
De Waarde van het alledaagse is de weerslag van een onderzoek naar de 'leefbaarheid' in drie wijken in drie Brabantse steden. Het boek houdt een vurig pleidooi voor het bewonersperspectief.

A IMG 6624 Praatje op straat CustomVoor de nieuwe site buurtwijs.nl schreef ik een blog over de kloof tussen beleid en het alledaagse leven in de wijk. Hieronder de tekst.

Overheid en professionals hebben een ander beeld van het dagelijks leven in een wijk dan de bewoners, terwijl ondertussen het beleid wel is gebaseerd op dat professionele perspectief.
 
Onlangs verscheen de publicatie: De waarde van het alledaagse. De auteurs, Peter Beijer, Ellen de Groot, Jolanda Hoeflak en Vincent Platenkamp deden, samen met studenten van de Breda University of Applied Sciences (NHTV), onderzoek naar het dagelijks leven van bewoners in drie doorsnee wijken: Theresia in Tilburg, Brabantpark in Breda en Kortendijk in Roosendaal. Het onderzoek laat zien hoe in de wijken het vermogen aanwezig is om zelf orde op zaken te stellen. Het laat ook zien hoe bewoners en overheid beide een ander perspectief hebben op zelfredzaamheid.

Omslag.Jacobs CustomZeven jaar geleden presenteerden we op een bijeenkomst in Rotterdam de vertaling van ‘Death and Life of great American Cities’. ‘Dood en leven van grote Amerikaanse steden’ is een aanval op de vakwereld van stedenbouw en stadsbestuur. In de essaybundel ‘De levende stad’, toen ook gepresenteerd, onderzochten we de actuele betekenis van Jane Jacobs. De vraag, ook in deze column, is of de vakwereld iets geleerd heeft van Jacobs en haar eerste en meest spraakmakende boek uit 1961.

Mijn buurt
Bij die introductie vertelde ik over mijn eigen gedrag in mijn eigen buurt. Zo had en heb ik de gewoonte om elke morgen, liefst op pantoffels, mijn ochtendkrant te kopen bij Linda. Linda franchised in de Cigo-formule.  Niet alleen kranten, ook sigaretten, tijdschriften, loterijen, ov-oplaadpunt en snoep zitten in haar assortiment en daarbij is ze ook postagentschap en dus kom ik ook ’s middags vaak nog een keer met mijn pakjes. Ze zit diagonaal aan de andere kant van mijn blok. Linda zit op een kruispunt van de Zijlstraat, de centrale stadsstraat in mijn Haarlemse wijk. Daar zit ook de groenteman, de bakker en voor mij als klusser ook heel belangrijk de HUBO. Een stadsstraat met op nauwelijks honderd meter een diversiteit aan woningen, winkels en andere bedrijfsruimten. We hebben korte blokken en die kan je belopen met verschillende routes. Ik wil maar zeggen, mijn buurtje is behoorlijk Jane Jacobs. Alleen de stoepen, waar zij zoveel waarde aan hechtte, zijn gesneuveld, daar staan aan weerszijden auto’s op.

Asterdorp CustomOnlangs verscheen Asterdorp – Een Amsterdamse geschiedenis van verheffing en vernedering, geschreven door Stephan Steinmetz. Een zeer aan te raden boek, prima geschreven en een mooi onderwerp: de bouw van het Asterdorp in Amsterdam-Noord in de jaren twintig van de vorige eeuw, bedoeld voor de ‘ontoelaatbaren’. Dat wil zeggen, zij die niet werden toegelaten tot een gewone huurwoning zoals die in die tijd volop nieuw werden gebouwd in Amsterdam. Een geschiedenis van bijna een eeuw geleden, maar met actuele parallellen.

Zat je in de schulden of was er twijfel of je sociaal gezien wel voldoende was aangepast, dan kon je een woning krijgen in een  speciaal voor jouw groep gebouwd complex van woningen. Woningen met een muur erom heen en alleen een deur naar de binnenzijde van het terrein. Er was maar één uitgang en die liep langs de woning van de opzichteres. Het leek in opzet veel op de woonscholen die later her en der in ons land ontstonden. Bedoeld ter verheffing dus.
Maar vernedering staat niet voor niets ook in de ondertitel. Bewoners werden gezien als ‘objecten’ waaraan gesleuteld kon worden om hen tot goede oppassende burgers te maken. En woonde je in het Asterdorp dan kreeg je wel een stigma mee; op de arbeidsmarkt, de kinderen op school. En, zo suggereert de auteur, het bestaan van het dorp was ook een waarschuwing voor de anderen. Alleen al daarom vond men het bestaan gerechtvaardigd.

Bibliotheek.1.0072 Small‘We voelen ons hier thuis’, zeggen enkele moeders die, met een dampende kop latte macchiato en één met een baby op schoot, aan tafel zitten in de drukbezette koffiecorner van de kinderbibliotheek aan de Koningstraat in de Haagse Schilderswijk. ‘Het is een feest dat de bieb weer open is na jaren te zijn gesloten en we komen hier graag; niet alleen voor onze kinderen maar ook om elkaar te ontmoeten’. De koffiecorner doet mij denken aan een koffiehuis voor vrouwen maar als ik dat zeg, antwoorden zij dat ook mannen welkom zijn.

Gastvrij

Ook ik voel mij direct welkom als ik op een woensdagmiddag de prachtig verbouwde bibliotheek instap. Ik word ontvangen door Sanae el Ayyadi, een jonge stagiaire van de MBO opleiding maatschappelijke dienstverlening van het ROC Mondriaan in Leidschenveen.
Zij leidt mij rond door de open, lichte ruimte, eerst langs een hoek met een lange witte tafel met daarop wel vijftien computers waar jongeren aandachtig huiswerk maken. Dan langs de hoek met lage witte kasten vol kinderboeken ingedeeld in leeftijdscategorieën A (tot 9 jaar), B (9 tot 12 jaar), C (12 tot 15 jaar) en D (15 jaar en ouder).
Aan de andere kant van de ruimte is de koffiecorner waar meiden van de praktijkschool De Einder achter de bar staan. Ze hebben broodjes en versgebakken cake op de toonbank. De koffiecorner grenst aan de Koningstraat en door de grote ramen is het aantrekkelijk om zo binnen te lopen. Aangrenzend aan deze ruimte zie ik verschillende lokalen met grote glazen wanden waar groepjes kinderen en jongeren huiswerkbegeleiding of taalles krijgen van ouders.
Het is druk deze middag, maar  alles loopt op rolletjes. Iedereen die binnenkomt wordt ontvangen door Hani, de beveiliger, of door iemand van het team. Ze vragen waar je voor komt en wijzen je de weg. Kinderen die lopen te rennen of jongeren die rondhangen, worden met zachte hand gewezen op de huisregels: op een normale toon praten, niet rennen, niet eten en drinken, computers alleen voor huiswerk en niet voor spelletjes.

Huis1Wat betreft wonen en werken in één huis zijn we terug in de Middeleeuwen. Dat liet Fred Feddes ons zien vorige week bij de opening van de tentoonstelling WHAT – Work Home Apart Together.  Zijn toelichting – als curator van de tentoonstelling - begon met een schilderij van een wevershuis. Vader aan het weefgetouw, moeder aan het spinnenwiel. En omdat hij daarna een plaatje liet zien van zijn eigen huis en hoe hij daarin werkt aan zijn bureau met computer wilde hij maar zeggen dat er niet zoveel verschil is tussen toen en nu. Rijksbouwmeester Floris Alkemade liet in zijn toelichting zien dat dit komt door de computer. Het thuiswerken verdween met de industrialisatie en kwam weer terug met de opkomst van de computer en afbouw in Nederland van de industrie.

De tentoonstelling laat mooi zien hoe dat proces zich door de eeuwen heeft voltrokken. En hoe gebouwen zich aanpasten aan die veranderingen. Maar dan realiseer je je ook dat we op dit moment met de aanpassing van gebouwen nogal achterlopen op die ontwikkeling. De gemiddelde eengezinswoning in de Vinex is niet bepaald ideaal voor wonen en werken in één pand.

Abonneer u nu op de nieuwsbrief over onze publicaties en programma’s