Nio3 CustomGisteravond, 10 april, was dan eindelijk het debat ‘De levendige stad’, naar aanleiding van het spraakmakende boek ‘Terug naar de stad’ van Jos Gadet. Kern van het debat was Amsterdam Nieuw West en hoe dat stadsdeel al dan niet onderdeel wordt van de ‘urban fabric’ van de binnenstad. Uitrollen van het centrum stedelijk milieu of uitbouwen van de eigen suburbane stedelijkheid.
Het debat kwam voort uit een heftige discussie op Twitter. Zie #dls12 en #terug naar de stad. Stad_Forum Amsterdam pikte die discussie op en organiseerde een fysieke bijeenkomst. Aan alle twitterverkeer tijdens en na de bijeenkomst te zien was het een ‘topdebat’. Leuk en levendig was het zeker en zoals initiatiefnemer Wouter Veldhuis meldde na afloop was het alleen al goed om deskundigen en bewoners uit Nieuw West en uit de binnenstad eens bij elkaar in één gesprek te hebben. Okay, dat is zeker de moeite waard. Maar over de uitkomst van het gesprek ben ik toch wat ambivalent. Zijn we inhoudelijk nu ook verder gekomen?

atlasIn de architectuur en stedenbouw is de Rotterdam Maaskantprijs hoog aangeschreven. Het rijtje winnaars van deze tweejaarlijkse onderscheiding mag er wezen met recent o.a. Auke van der Woud, Adri Duivesteijn, Dirk Sijmons, Maarten Kloos en Carel Weeber. Winnaars zijn vaak kritische beschouwers van architectuur en stedenbouw en als het al ontwerpers zijn, dan hebben ook die zich onderscheiden door hun brede bemoeienis met het vakgebied. Vandaag werd bekendgemaakt dat daar in 2012 de naam van Arnold Reijndorp, langjarig partner in boeken en programma's, bijkomt. En dat is een felicitatie waard.

Arnold Reijndorp is zelfstandig onderzoeker en bijzonder hoogleraar sociaaleconomische en ruimtelijke ontwikkelingen van nieuwe stedelijke gebieden aan de Universiteit van Amsterdam. Het juryrapport roemt Arnold voor ‘zijn langdurige betrokkenheid bij en eigenzinnige fascinatie voor de sociaal-maatschappelijke aspecten van de gebouwde omgeving … en waardeert Reijndorp vooral als bruggenbouwer tussen gebruikers, ontwerpers en bestuurders. Het gaat om én de relevantie van zijn alledaagse observaties én de gave om die relevantie doeltreffend over te brengen.’ Wat mij betreft is de waardering die spreekt uit de toekenning van de Maaskantprijs een waardering voor de bijzondere positie die Arnold inderdaad inneemt tussen verschillende vakwerelden. Opgeleid in Delft als ontwerper, jarenlang werkzaam als stadssocioloog en inmiddels ook thuis in de wijze waarop wij zorg en welzijn stedelijk organiseren is de kwaliteit van zijn kennis en van zijn bijdrage aan het debat over de stad altijd origineel en altijd een stimulans om ‘verder’ en ‘dieper’ te denken. Zie verder het persbericht http://bit.ly/GD4mpm

Al vele jaren heb ik als uitgever met hem samengewerkt. Eerst bij NAi Uitgevers met titels als ‘Buitenwijk’, ‘Stadswijk – Stedenbouw en dagelijks leven’ en samen met Maarten Hajer: ‘Op zoek naar nieuw publiek domein’.  Sinds een jaar of vijf bij Trancity met titels als Atlas Westelijke Tuinsteden Amsterdam en De alledaagse en de geplande stad (ook i.s.m met andere auteurs). Komende zomer verschijnt bij Trancity Atlas Nieuwe Steden – De verstedelijking van de groeikernen, een, durf ik nu al wel te zeggen, belangrijk boek over verleden en toekomst van de steden die we vanaf de jaren zeventig zijn gaan bouwen vanuit dorpskernen of zelfs helemaal nieuw in de polder.

Ik werk ook vaak samen met Arnold bij studieprogramma’s, zoals deSTADSWIJKstudies, die we zijn gestart toen we erachter kwamen dat veel professionals in de stedelijke ontwikkeling toch wat moeite hadden om zijn boek ‘Stadswijk’ helemaal uit te lezen en liever een studiedag bezochten met een paar pittige colleges. Op dit moment werk ik samen met Arnold en Bart Lammers aan Publieke Zaak – Publieke Ruimte, een programma waarin we de sociaalmaatschappelijke en economische ontwikkeling van onze publieke sector koppelen aan de stand van zaken in onze openbare ruimte.

waslijn visitekaart 3 CustomOp 5 april 2012 start deSTADSWIJKstudies6, een leergang die ik organiseer samen met Evelien Tonkens en Bart Lammers. ‘Herziening van de verzorgingsstaat – Vloek of zegen?’ is het thema van ons programma. In vier dagen met colleges en discussies gaan we op zoek naar de achtergrond van het concept ‘eigen kracht’ van burgers, op dit moment dé centrale doelstelling in elke transitie in de verzorgingsstaat.
De werving voor ons programma verloopt volgens plan en vooral ook prettig is de mooie mix van deelnemers. We hebben in gelijke mate corporatie, lokale overheid, zorg-welzijn, advies-intermediair en onderwijs-onderzoek vertegenwoordigd. Dat belooft dus een rijke discussie binnen onze leergang. U bent natuurlijk van harte uitgenodigd ook nog in te schrijven. (Klik hier voor aanmelden en voor meer informatie over het programma.) 

Maar de discussie willen we ook graag voeren buiten de leergang 

We vragen ook degenen die niet inschrijven op ons programma om wel te reageren op de vragen die wij ons stellen in deSTADSWIJKstudies. Opinies en praktijkervaringen zijn welkom en worden gebruikt als voeding voor het college ‘van de theorie naar de praktijk’ van Evelien Tonkens dat een vast onderdeel is op elke dag. Maar ook willen we na afloop van de vierdaagse een verslag maken dat probeert een antwoord te zijn op de vraag ‘vloek of zegen’? Evelien Tonkens schreef een artikel over de vier thema’s van ons programma. Dat kunt u dat hier downloaden. Hieronder pak ik uit dat artikel de vier kwesties die leiden tot vier vragen. Uw antwoord op die vragen kunt u in het reactieformulier zetten. Maar een mailtje aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. is ook zeer welkom.

Vier kwesties - Vier vragen
‘Eigen kracht’ van burgers is het bottom-up alternatief voor topdown beleid van overheid en  instituties zoals corporatie en welzijnswerk. Een aanlokkelijk perspectief. Zeggenschap bij burgers en professionals en niet bij overheden en instellingen ook. Biedt de ‘Big Society’ die uit Engeland is komen overwaaien inspiratie voor een nieuwe visie op burgerschap, gekoppeld aan een werkelijk activerende overheid? Vraag 1 is of het concept ‘eigen kracht’ van burgers een werkelijk nieuw perspectief biedt of dat het vooral een bezuinigingsinstrument zal zijn?

Terug-naar-de-stad-small

De discussie over ‘Terug naar de stad, het boek van Jos Gadet gaat onverminderd voort. Hierbij een gastbijdrage van Hans Karssenberg, partner bij Stipo, en een van de sprekers op de presentatie van het boek. Hij vult zijn speech aan met een aantal overpeinzingen.

Beste Jos,
Daar lag ik dan, als jongetje van 8 jaar in het stapelbed logeren bij mijn oom en tante aan het Kwakersplein in Amsterdam. Ik hoorde met volle tevredenheid dat de stad ’s nachts ook doorleefde. Vooral het geluid van de ijzeren, krakende gele tram 13 over de brug naar het rangeerterrein beviel me. Hier werd mijn liefde voor de stad geboren, voor Amsterdam; en ik wist: hier wil ik later wonen.
Je boek heet een ‘geografisch portret’ maar het is in mijn ogen niet minder dan een rechtstreekse liefdesverklaring aan De Stad in het algemeen en aan Amsterdam in het bijzonder. Het is zonder meer een nieuw standaardwerk voor iedereen die de stad van de afgelopen vijftig jaar wil begrijpen. Ik wil je daarom allereerst bijzonder bedanken voor het schrijven van dit boek en ben ook wel jaloers dat ik het niet zelf heb geschreven.
Nou ben ik zelf ook liefhebber van die urban fabric die zo centraal staat: ‘De mix van functies in een gevarieerd fysiek weefsel van gebouwen, straten, openbare ruimten, met publieke en commerciële voorzieningen, waarbinnen zich diverse sociale verhoudingen ontwikkelen. Een ogenschijnlijk chaotisch, maar dynamisch “orgaan” van interactie, ideeën en tolerantie.’ Toen ik hier kwam wonen heb ik eerst in de Bijlmer gewoond, nog voor de vernieuwing, en daarna in de 19e eeuwse Schinkelbuurt bij het Vondelpark; het contrast had voor mij niet groter kunnen zijn. Mensen stemmen met hun voeten; heel opvallend was het verschil in bezoekers aan onze feesten op beide plekken.
Waar mijn ouders ervoor kozen om de stad uit te verhuizen toen ik klein was, heb ik er als ‘urban papa’ heel bewust voor gekozen mijn kinderen niet over te leveren aan de saaiheid van een groeikern. Gelukkig was er die oom. Het begrijpen van de stad draait in de eerste plaats om het vertellen en horen van verhalen en als er nou één belangrijke kwaliteit in het boek aanwezig is, dan is het die van de storytelling.

Buurt6 CustomDinsdag 7 februari werd bij het Atelier Rijksbouwmeester de publicatie Oog voor de buurt gepresenteerd. De afgelopen jaren waren er in een achttal wijken in het land multidisciplinaire teams aan het werk. Dat was een initiatief van de toenmalige Rijksbouwmeester, Liesbeth van der Pol, en sloot aan bij de krachtwijkenaanpak van minister Vogelaar. De publicatie inventariseert de acht resultaten en beschouwt met een aantal interviews de stand van zaken van de wijkaanpak. Ik mocht ‘optreden’ in de paneldiscussie bij de presentatie. Wat waren de belangrijkste conclusies? 

De publicatie markeert voor mij de omslag van grootschalige plannen naar kleine ingrepen, gebaseerd op potenties in de bestaande stad met de al aanwezige bewoners en gebruikers. In de acht beschreven projecten kan je ook teruglezen dat kleine concrete projecten daadwerkelijk een vorm van uitvoering krijgen en naarmate het grotere plannen zijn de kans op realisatie in gelijke mate kleiner wordt. Die omslag naar kleinschalig en met oog voor het bestaande is voor sommigen een open deur (dat is begrijpelijk) maar de realiteit is dat nog lang niet alle corporaties, gemeentebesturen en projectontwikkelaars de slag hebben gemaakt. En als ze het wel doen is het vaak ingegeven door de crisis en niet door de overtuiging dat het simpelweg beter werkt.

001 3 CustomOp 23 januari promoveert Martijn de Waal. Ik was de afgelopen week in de gelegenheid zijn proefschrift te lezen: De stad als interface – Digitale media en stedelijke openbaarheid. Een fascinerend en zeer toegankelijk boek, waarin de vraag centraal staat of ons publiek domein wezenlijk verandert door het gebruik van mobiele en digitale media. Voor mij is de hoofdconclusie uit het boek dat (een beetje zwart-wit gesteld) de media radicaal andere vormen van omgang veroorzaken die uiteindelijk toch geheel voldoen aan oude principes over publieksvorming en interactie van bewoners en gebruikers van de openbare ruimte.
De Waal ‘wandelt’ door de geschiedenis van het denken over publiek domein en refereert aan bekende ideeën over het gebruik van de openbare ruimte van Jane Jacobs, Lyn Lofland, Hannah Arendt en Richard Sennet en het meer recente werk van bijvoorbeeld Talja Blokland over publieke familiariteit. Twee conclusies blijven mij bij na lezing van zijn boek.
Alle digitale media zijn te gebruiken als controle en toezichtsinstrumenten en dat is een reëel gevaar want ze kunnen nu eenmaal registreren waar je bent en wat je doet. Maar tegelijkertijd zijn twitter, facebook, blogs en de gps-connectie op je smartphone manieren om stedelijke ervaringen met foto’s en verhalen te beschrijven en te delen, ook met diegenen die niet fysiek op die bewuste plek aanwezig zijn. Media creëren een levende landkaart, waarop je kunt zien wat (en wie en waar) er aan de hand is en waarbinnen de buurtblogger de bewoners informeert over alles wat in de wijk gebeurt. Al die activiteiten kunnen het gebruik van de stedelijke ruimte juist stimuleren en bieden de mogelijkheid om naar eigen wens en in samenwerking met anderen de fysieke ruimte voortdurend en wisselend te herprogrammeren op het eigen gebruik.
Tweede conclusie is dat stedelijke openbaarheid niet meer noodzakelijk gekoppeld is aan ruimtelijke ontmoeting.

Terug-naar-de-stad-smallNa een aantal publicaties waarin 'Terug naar de stad' van Jos Gadet vooral wordt gepresenteerd als een frontale aanval op de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam ontstond er vorige week een interessante discussie op Twitter, te volgen via #terugnaardestad. Inmiddels is die discussie opgepakt door Stad-Forum Amsterdam en op 10 april a.s. vindt er een bijeenkomst plaats waarop naast Jos Gadet ook de bekende Engelse stedelijk adviseur Charles Landry aanwezig zal zijn en uiteraard ook allen die op Twitter het debat voeren.

Het is interessant om te zien hoe op Twitter zo'n discussie in één dag tijd een groot aantal mensen bereikt en ook reactie van velen oproept. Uiteraard is gezien het beperkte aantal tekens dat een twitterbericht mag bevatten de nuance wel eens zoek. Die zouden we dan op 10 april misschien kunnen vinden. De inzet zou moeten zijn 'welke strategie van verstedelijking nu het meest succesvol kan zijn in de naoorlogse stadswijken'. Ook al is het een zwart-wit tegenstelling, in het debat moeten naar mijn idee twee denkwijzen naast elkaar worden gezet. In de eerste plaats de visie van Jos Gadet dat de stad er bij gebaat is als de urbanfabric, het centrum-stedelijk milieu, langzamerhand ook terrein verovert in de naoorlogse stad; in Amsterdam wil dat zeggen voorbij de Ring A10. Daartegenover staat de visie van bijvoorbeeld Wouter Veldhuis van Must waarin veel meer wordt aangeknoopt bij de diversiteit en stedelijkheid die al aanwezig is. Dat wordt dan nooit de urbanfabric die Jos Gadet voor ogen heeft, maar dat hoeft ook niet zo betoogt Veldhuis in o.a. de Trancity-uitgave 'Atlas Westelijke Tuinsteden Amsterdam'. Ben nieuwsgierig naar het debat op 10 april. Precies tijdstip en plaats zullen we ook bekendmaken in de Trancity-nieuwsbrief.  

0baumanIn Trancity-programma's zoals deSTADSWIJKstudies koppelen we al jaren ruimtelijke en sociale problematiek en brengen die op het niveau van de wijk. Daarbij gebruiken we vaak de redenering dat de oorzaak (en de oplossing) van specifieke sociale problemen niet wijk gebonden moge zijn, de wijk er wel de vindplaats van is. Zygmunt Bauman lezen helpt om die redenering scherper te maken: voor velen die aan achterstandswijken gebonden zijn is er geen ander kader voor verbetering dan hun eigen lokale ruimtelijke en sociale gemeenschap.

Dit jaar verscheen bij Uitgeverij Klement / Pelckmans Vloeibare tijden – Leven in een eeuw van onzekerheid. Het is de eerste vertaling in meer dan tien jaar van een boek van Zygmunt Bauman, de Pools-Engelse socioloog en daarmee is het ook voor het eerst dat er een boek is vertaald uit de reeks van titels van Bauman die de 'liquid society' als onderwerp hebben.

De oorspronkelijke editie van dit boek uit 2007 stond al mijn boekenkast, maar de vertaling biedt zo'n handzaam overzicht van de belangrijkste thema's die Bauman de laatste jaren beroemd hebben gemaakt dat dit wel het moment is om zijn liquid-verhaal nog eens onder de aandacht te brengen.

De vloeibare samenleving betekent dat in de ogen van Bauman we leven in onzekerheid omdat de moderne conditie alleen nog maar in staat is ons voort te jagen op een pad van angst, waarbij alle vaste ankerpunten vloeibaar zijn geworden en individuele behoeftenbevrediging in een consumptiemaatschappij nog ons enige verlangen is.

Abonneer u nu op de nieuwsbrief over onze publicaties en programma’s