Bibliotheek.1.0072 Small‘We voelen ons hier thuis’, zeggen enkele moeders die, met een dampende kop latte macchiato en één met een baby op schoot, aan tafel zitten in de drukbezette koffiecorner van de kinderbibliotheek aan de Koningstraat in de Haagse Schilderswijk. ‘Het is een feest dat de bieb weer open is na jaren te zijn gesloten en we komen hier graag; niet alleen voor onze kinderen maar ook om elkaar te ontmoeten’. De koffiecorner doet mij denken aan een koffiehuis voor vrouwen maar als ik dat zeg, antwoorden zij dat ook mannen welkom zijn.

Gastvrij

Ook ik voel mij direct welkom als ik op een woensdagmiddag de prachtig verbouwde bibliotheek instap. Ik word ontvangen door Sanae el Ayyadi, een jonge stagiaire van de MBO opleiding maatschappelijke dienstverlening van het ROC Mondriaan in Leidschenveen.
Zij leidt mij rond door de open, lichte ruimte, eerst langs een hoek met een lange witte tafel met daarop wel vijftien computers waar jongeren aandachtig huiswerk maken. Dan langs de hoek met lage witte kasten vol kinderboeken ingedeeld in leeftijdscategorieën A (tot 9 jaar), B (9 tot 12 jaar), C (12 tot 15 jaar) en D (15 jaar en ouder).
Aan de andere kant van de ruimte is de koffiecorner waar meiden van de praktijkschool De Einder achter de bar staan. Ze hebben broodjes en versgebakken cake op de toonbank. De koffiecorner grenst aan de Koningstraat en door de grote ramen is het aantrekkelijk om zo binnen te lopen. Aangrenzend aan deze ruimte zie ik verschillende lokalen met grote glazen wanden waar groepjes kinderen en jongeren huiswerkbegeleiding of taalles krijgen van ouders.
Het is druk deze middag, maar  alles loopt op rolletjes. Iedereen die binnenkomt wordt ontvangen door Hani, de beveiliger, of door iemand van het team. Ze vragen waar je voor komt en wijzen je de weg. Kinderen die lopen te rennen of jongeren die rondhangen, worden met zachte hand gewezen op de huisregels: op een normale toon praten, niet rennen, niet eten en drinken, computers alleen voor huiswerk en niet voor spelletjes.

Huis1Wat betreft wonen en werken in één huis zijn we terug in de Middeleeuwen. Dat liet Fred Feddes ons zien vorige week bij de opening van de tentoonstelling WHAT – Work Home Apart Together.  Zijn toelichting – als curator van de tentoonstelling - begon met een schilderij van een wevershuis. Vader aan het weefgetouw, moeder aan het spinnenwiel. En omdat hij daarna een plaatje liet zien van zijn eigen huis en hoe hij daarin werkt aan zijn bureau met computer wilde hij maar zeggen dat er niet zoveel verschil is tussen toen en nu. Rijksbouwmeester Floris Alkemade liet in zijn toelichting zien dat dit komt door de computer. Het thuiswerken verdween met de industrialisatie en kwam weer terug met de opkomst van de computer en afbouw in Nederland van de industrie.

De tentoonstelling laat mooi zien hoe dat proces zich door de eeuwen heeft voltrokken. En hoe gebouwen zich aanpasten aan die veranderingen. Maar dan realiseer je je ook dat we op dit moment met de aanpassing van gebouwen nogal achterlopen op die ontwikkeling. De gemiddelde eengezinswoning in de Vinex is niet bepaald ideaal voor wonen en werken in één pand.

BlogTrancity Small

Dit najaar is het tien jaar geleden dat ik Trancity startte. In Trancity kwamen mijn ervaringen als uitgever van architectuurpublicaties en daarvoor als uitgever-programmamaker bij een politiek debatcentrum samen. Trancity zou niet alleen boeken maken, maar rondom die boeken ook programma’s ontwikkelen: van besloten studiedagen voor professionals tot openbare bijdragen aan het publieke debat. En Trancity zou architectuur en stedenbouw  verbinden met sociaal-economische thema’s.

Bestaande stad en Alledaagse stad
De ‘bestaande stad’ werd de leidraad. ‘Bestaand’ omdat nieuwbouw niet langer leidend is , maar transformatie. ‘Bestaand’ ook omdat het niet alleen gaat om de al gebouwde stad, maar ook om de alledaagse stad, zoals die wordt gevormd door de bewoners.Tien jaar en een economische crisis brengen nieuwe ontwikkelingen die het concept van Trancity niet wezenlijk veranderen, maar wel steeds vernieuwen. Stedenbouw wordt werken aan de stad. Architectuur zoekt naar een nieuwe maatschappelijke legitimatie. Een nieuw publiek domein wordt gecreëerd door ontwerpers, sociale professionals, gebruikers en bewoners. Een enorme reeks aan burgerinitiatieven laat zien dat overheden en traditionele maatschappelijke organisaties niet meer het alleenrecht hebben op inrichting en organisatie van de stad.De samenhang van geplande en geleefde stad, van ruimtelijk ontwerp en maatschappelijk functioneren is de afgelopen tien jaar alleen maar vanzelfsprekender geworden.

Publiek domein
En het publiek domein is (her)ontdekt. In decennia van bureaucratisering en marktwerking zijn we dat perspectief kwijt geraakt. Dat wil zeggen dat de publieke zaak, de realisatie van maatschappelijke ambities van de samenleving dóór de samenleving, weer wordt gezien.  De publieke zaak vraagt om nieuwe organisatievormen, om een vertaling in de publieke ruimte, om een plek in de stad. Daarom presenteren we de publicaties onder het motto ‘over de stad, stedelijke ontwikkeling en het publiek domein’. Tien jaar lang hebben de boeken en programma’s van Trancity hun bijdrage geleverd. Maatschappelijke urgentie en persoonlijke motivatie zijn royaal aanwezig om daar mee door te gaan. Dat doe ik (met veel plezier) in een steeds intensievere samenwerking met Valiz, met een steeds belangrijkere rol voor Pia Pol, redacteur bij Valiz.

De crew van het eetcafé.blog‘Het Karmijn’ aan de Vaillantlaan 422 is een woonvoorziening voor Surinaamse Hindoestanen met een verstandelijke beperking. Er wonen zesentwintig mensen die samen met hun begeleiders deel uitmaken van de Schilderswijk. Ze ondernemen allerlei activiteiten in de wijk en elke woensdag staan de  deuren open voor de omwonenden in de wijk met hun eetcafé Het Karmijn en met het spreekuur voor wijkagent en maatschappelijk werk.

Bea, Shoma en Verosa lopen geconcentreerd en met verhitte gezichten in hun felgroene t-shirts en lange schorten gasten te bedienen. Ze balanceren met hun dienblad vol glazen water, dampende kommen komkommersoep en borden met Hollandse stamppot tussen de tafels door. Het is druk deze woensdagavond in eetcafé Het Karmijn en alle tafels zijn  bezet.  Voor een driegangen menu betaal je slechts € 4,50. Xander is de kok en ook Shanti, Rosalinde en Michael helpen in de keuken en bij de bediening. Dit nieuwe initiatief heeft tot doel om de omwonenden in de wijk in contact te brengen met de bewoners van dit pand en daar slagen ze deze avond wonderwel in.
Han Busstra is samen met Charley Dumerniet groepsleider van de dagopvang en ik was hem vorig jaar al tegengekomen met een groepje bewoners  in koffiehuis TAZA op de Hoefkade. Ook nu tref ik hen daar en het is grappig om te zien dat de vrouwen van Het Karmijn zich er helemaal niet bewust van zijn dat ze zich in een mannenbolwerk bevinden. Ze worden liefdevol opgenomen door de stamgasten van het koffiehuis.

streetlifeMijn boek van het jaar lijkt al bekend. Leif Jerram doceert urban history aan de Universiteit van Manchester. In 2011 verscheen van hem Streetlife – The Untold History of Europe’s Twentieth Century. Ik heb er in Nederland niks over gelezen, maar zie dat graag veranderen.

Het is een overrompelend boek, zo krachtig en beeldend geschreven, dat je voortdurend passages aanstreept die je graag als citaat zou gebruiken. ‘We need to tell a different story of a messy continent in a messy century. We have to give up our familiar tidy frameworks and neat narratives. If we want to find the point of encounter, and witness the rendezvous between big and small, we have to start thinking about where the twentieth century happened. We have to look at its streetlife.’ De toon is op de eerste pagina gezet. En even verderop: … 'It is time to put the where into the what and the why of history…’. Dat ‘where’ vinden we in de (Europese) stad.

Stagehuis huiskamer blog‘We gaan uit van vertrouwen en daarom heeft iedereen, die dat nodig heeft, een sleutel van de voordeur. In al die jaren is er nog geen potlood verdwenen.  Jongeren uit de buurt maken regelmatig hun huiswerk hier op zolder omdat ze thuis geen computer of eigen kamer hebben’, zegt Bas Koeleman, één van de twee projectleiders van het Stagehuis Schilderswijk. Samen met Yassine Abarkane runnen zij dit huis, een plek die ruimte biedt aan studenten van MBO- en HBO opleidingen in sport, sociaal cultureel- en maatschappelijk werk om stage te lopen in de Schilderswijk.

wild sites blogOp het Stadmakerscongres op 28/11/2014 presenteerde AIR tijdens de lunch de publicatie Wild Sites in Rotterdam, zes tekeningen van Thomas Rustemeyer, als ‘Architect in Residence’ in 2014 de gast van het Goethe Institut. Rustemeyer observeerde en tekende belangrijke plekken in de stad, plekken die niet zijn gepland van bovenaf, maar zijn ontstaan en hun betekenis hebben gekregen vanuit het gebruik. Tijdens de Kerst heb ik nog eens rustig naar de tekeningen zitten kijken.  

Beeldtaal
Als redacteur en uitgever ben ik natuurlijk altijd geïnteresseerd in de wijze waarop je een verhaal over de stad kunt ‘vertellen’. Ik ben voldoende ‘old school’ om bij vertellen meteen te denken aan taal. Hoewel ik zo lang ik me kan heugen fotografie natuurlijk zag als een belangrijke aanvulling. En uiteraard was en is fotografie  ook autonoom prima in staat een eigen verhaal te vertellen. In de architectuur en stedenbouw raakten we daarnaast met het voortschrijden van de computer gewend aan steeds fraaiere vormen van renderings, simulaties van de werkelijkheid, hoewel ik me daar nog steeds onbehaaglijk bij voel omdat ze het alledaagse leven niet echt weten te vangen.
En nu zijn alweer een hele tijd – ook in boeken – de infographics populair. Die kennen we nog uit zelfs al de jaren dertig van de vorige eeuw van bijvoorbeeld Gerd Arntz (in mijn boekenkast vond ik nog een catalogus over zijn werk uit 1976, waar dat ‘beeldstatistiek’ wordt genoemd). En ook hier heeft de computer nieuwe mogelijkheden geopend en is het onderdeel geworden van de grafische vormgeving.

 Van der vennepark.blog‘We zijn allemaal hetzelfde of je nu wit, zwart, rood of bruin bent. We hebben allemaal hetzelfde bloed als wij ons snijden’. Zo zie ik dat nu eenmaal, zegt Sonja Stoppelenburg, de betaalde medewerkster van het Haagse Hopje op het Van der Vennepark. Zij is in dienst van de welzijnstichting Zebra. Een geboren en getogen Schilderswijker met een onvervalst Haags accent.

Zij woont inmiddels in Ypenburg en gaat elke dag op en neer naar ‘haar park’. In naar mijn idee één van de mooiste Haagse Hopjes van de Schilderswijk, zit ik met Sonja, Hilal Gürbüz en Döndü Aygün te praten over het wel en wee van dit park. Het is mooi weer en druk; ik zie kinderen trefballen, jongens voetballen in de kooi en enkele kleintjes hangen aan toestellen in een apart speelveldje waar hun moeders op de stenen randen zitten te keuvelen.
‘Als mensen buren zijn, zoeken zij elkaar op maar anders zie je de Marokkaanse, Surinaamse en Turkse bewoners hun eigen groepjes vormen. Behalve bij het peuterveldje want kinderen maken geen onderscheid; die spelen gewoon samen en dus zitten hun moeders ook bij elkaar’, zegt Sonja.  Vroeger werd er ook veel gebarbeceud maar vanwege het gezondheidsbeleid van de gemeente mag dat niet meer. Daarom maken ze tijdens festiviteiten shaslicks van groente en fruit en bakken ze popcorn want dat is gezond.

Abonneer u nu op de nieuwsbrief over onze publicaties en programma’s