Hoe gaat het verder met de Binckhorst, een binnenstedelijk bedrijventerrein van 130 hectare  in Den Haag. I’M BINCK van urban curators Sabrina Lindemann en Bram Heijkers organiseerde begin oktober weer een I’M Binck-festival. Binnen het festival was een discussie over programma en toekomst van het gebied. De inzet is organische groei en transformatie met de combinatie van oude en nieuwe industrie met woningbouw en recreatie. Op de bijeenkomst kon je bijna voelen dat het gebied op een kantelpunt zit. Komt dat diverse stadsprogramma met maatschappelijke waarden er, of is de druk van de (woning)markt te groot?

Binckhorst1
Kernwaarden
Met belanghebbenden uit het gebied formuleerde I’M BINCK de kernwaarden van het gebied. Vijf worden er kort uitgewerkt: 1. Authentiek, ambachtelijk werk-woongebied; 2. Rauwe, spannende rafelrand(en) in de stad; 3. Grote diversiteit, leidend tot ontmoeting en innovatie; 4. Dynamische experimenteerruimte, altijd in beweging; 5. De verrassende Haagse waterkant. Hier na te lezen.
De kwaliteiten en mogelijkheden van het gebied komen daarin helder naar voren. Maar daar ging de bijeenkomst niet over. Iedereen  onderschrijft die kernwaarden. Kan je ze ook realiseren? Jaren gebeurde er weinig in de Binckhorst vanwege de financiële crisis, alleen de leegstand groeide. Daar komt verandering in. Er is investeringskracht en ook Den Haag voelt de druk op de woningmarkt toenemen.

Organische transformatie
De geldende omgevingsvisie voor de Binckhorst, opgesteld net na de crisis, wilde een organische transformatie van het gebied, geen koude sanering van de nu aanwezige industrie. Op basis van recente analyses zijn echter (minimaal) 5.000 woningen gepland in het gebied. Dat is op zich niet zoveel, maar hoe combineer je dat met de overlast van nog volop aanwezige ‘oude’ industrie, zoals automobielbedrijven, van oudsher een van de belangrijkste branches in het gebied. Als de slijptol aangaat zal dat niet door iedere bewoner worden geapprecieerd en wettelijk zijn er natuurlijk ook beperkingen. Op de bijeenkomst aanwezige ondernemers zijn er niet gerust op. Bij een geleidelijke transformatie hoort ook de groei van ‘nieuwe’ (creatieve) industrie; nu al volop aanwezig in bijvoorbeeld De Besturing en de Caballerofabriek.  Is er samenwerking, kruisbestuiving, mogelijk tussen oude en nieuwe industrie onder de noemer ‘ambachtelijk’?
Wonen betekent ook op een andere manier grote  veranderingen voor het gebied. Nieuwe ontsluitingswegen, openbaar vervoer, voorzieningen voor onderwijs zorg, ander winkelaanbod etc. Als die investeringen er eenmaal zijn, komt dan de vraag niet naar meer woningen?

Binckhorst2Urban Curator
Nog even terug naar de kernwaarden. En nog even terug naar het werk van I‘M BINCK. Een initiatief van Sabrina Lindemann zes jaar geleden. In een artikel in het boek Het nieuwe stadmaken legt zij helder uit wat zij als haar rol ziet: ‘Met mijn werk als urban curator richt ik me op bestaande gebiedspotenties, zoals die vaak niet gezien worden in de ‘traditionele’ manier van gebiedsontwikkeling … Niet kijken vanuit mijn eigen wensen wat het zou kunnen zijn, maar het gebied zelf aan het woord laten’.  De kernwaarden sluiten hier naadloos op aan. Maar op die manier werken aan een divers gebied met oog voor verschillende belangen en met betrokkenheid van de belanghebbenden is een leidraad die juist nu onder druk staat. Op de bijeenkomst kon je het kantelmoment bijna letterlijk voelen.  Komt die organisch gegroeide wijk met divers programma er, of stuurt de markt een ander programma aan. Van verschillende kanten werd gewaarschuwd voor de combinatie van woningnood en beschikbaar investeringsgeld. Wie gaat de kernwaarden waarborgen.

Gemeente
Zoals nu geformuleerd zijn het bijna allemaal ‘opdrachten’ aan de gemeente. Maar de gemeente is in feite een onbetrouwbare partner. Niet omdat ze de boel bedriegen, maar omdat uit de aard van de zaak er politieke beslissingen aan het beleid ten grondslag liggen die minstens een keer in de vier jaar kunnen wijzigen. En de gemeente is ook een samenstel van verschillende belangen. De ‘zachte’ sectoren zullen een diverse ontwikkeling bepleiten waarbij maatschappelijk rendement belangrijk is. De ‘harde’ sectoren zullen bijvoorbeeld bij gronduitgifte gaan voor de hoogste opbrengst.

Proeftuin
Het is zeer interessant om de komende jaren het gebied te volgen. De Binckhorst als proeftuin, oude en nieuwe industrie, woningbouw en recreatie in een duurzame ontwikkeling. Zien welke krachten er dominant blijken te zijn. Dan zien we ook wat de toekomst is van vergelijkbare industriegebieden binnen de grenzen van de grote steden in het westen van ons land. Worden het de nieuwe uitbreidingswijken met vooral woningbouw of blijven de kernwaarden van een gebied overeind en biedt het meer divers programma?

Het nieuwe stadmaken - Van gedreven pionieren naar gelijk speelveld is een trancityxvaliz publicatie. Een van de artikelen in dat boek werd geschreven door Sabrina Lindemann, Saskia Beer en Emilie Vlieger. Titel is Urban curators - Ontwikkelen zonder eigendom. Meer informatie over het boek is hier te vinden.


20170629 155840 MobileHull, havenstad in Noordoost Engeland, heeft een beroerde reputatie. Armoede en werkloosheid. Verval na het verdwijnen van de visserij. Sindsdien staat Hull bekend als een stad waar je niet moet zijn. Op alle ‘foute’ lijstjes staat Hull bovenaan. Die cijfers kloppen vast wel, maar er is meer dan statistiek.

Na vijf dagen Hull ga je van de stad houden. De bewoners zijn toegankelijk, direct en enorm behulpzaam. En je ‘proeft’ de dynamiek; er wordt geïnvesteerd en overal zijn nieuwe initiatieven. Dit jaar is Hull UK City of Culture en dat wordt in de hele stad gevierd.

Poes Carfield in Boekhorststraat Mobile

Vier meiden van de Johan de Witt school aan de Hooftskade in de Haagse Schilderswijk komen aarzelend binnen om poes Garfield te aaien die op haar gemak in de etalage ligt van de pas geopende ruimte 'What 's happening?’  in de Boekhorststraat. Zij kennen Garfield  die regelmatig zwerft tussen hun school, de Koningstraat en de Boekhorststraat. Bijna iedereen die hier woont, werkt of naar school gaat, kent Garfield en, als het even kan, wordt hij geaaid. De kat zorgt voor verbinding tussen mensen
en wijken.

Cristina Martins, sinds enkele weken eigenaar van kunst- en expositieruimte ‘What’s happening?’, ziet onmiddellijk een verhaal in Garfield. 'Gisteravond was er een bijeenkomst met de nieuwe ondernemers in de straat over de promotie van de Boekhorststraat als ‘makerskwartier’ en over het bereik van meer publiek. Dat Garfield op zijn manier publiek trekt, had niemand gisteravond kunnen bedenken. Garfield zou ons marketinginstrument kunnen worden’.

'Misschien zijn er meer mensen die het leuk vinden om hem te tekenen of een verhaal over hem te vertellen. Misschien wel de leerlingen van de Johan de Wittschool? Het zijn nog maar ideeën die door mijn hoofd spoken’, zegt Cristina. Dat kan hier allemaal want 'What's happening?'  is een ruimte waar verhalen verbeeld worden in foto's, tekeningen, films en objecten.

Ateliers29 mei j.l. was ik gast op de bijeenkomst Permanent Atelierruimte gezocht: naar een duurzaam atelierbeleid, georganiseerd door Kunstenbond, Platform BK en Pakhuis de Zwijger. Hieronder de tekst van mijn statement, dat start met de erkenning van Richard Florida dat er iets mis is gegaan met zijn concept van de creatieve klasse. Voor kunstenaars dreigt in de stad geen plek meer te zijn.  Hoe kunnen zij zich verweren?

Florida's mea culpa
In 2002 startte de zegetocht van Richard Florida en zijn ‘rise of the creative class’. Alle westerse steden moesten concurrerend zijn in het faciliteren van de kennisindustrie, dat  bracht economische voorspoed. Gretig vormden bestuurders van gemeenten, corporaties en ontwikkelaars zijn boodschap om in beleid.
In april van dit jaar verscheen een nieuw boek van Florida: ‘The New Urban Crisis’. De boodschap is een stuk somberder dan 15 jaar geleden. Succesvolle steden worden geconfronteerd met de nare bijwerkingen van het medicijn van de creatieve klasse: gentrification, segregatie en ongelijkheid. Betaalbare huisvesting is er in grote delen van de stad niet meer; stadsdelen zijn óf rijk, óf arm en het verschil tussen die twee wordt steeds groter. ‘The winner-take-all urbanism’ noemt Florida dat nu. En zo zegt hij: “I found myself confronting the dark side of the urban revival I had once championed and celebrated.’ Meer over Florida en zijn boek is hier te vinden.

Kunstenaars kunnen zich organiseren
Mijn vrees is dat ook Nederlandse steden ontoegankelijk worden voor mensen zonder hoog inkomen of vermogen, dat de stad verschraalt en de diversiteit eruit verdwijnt. We laten toe dat economisch rendement het ruimtegebruik bepaalt en kijken veel te weinig naar de sociaal culturele opbrengst van ruimte.
Kunstenaars zijn in hun probleem om betaalbare huisvesting en atelierruimte te vinden niet uniek. Dat is jammer, maar ook de opstap naar de twee punten die ik wil inbrengen. De kern daarvan is dat kunstenaars zich moeten organiseren om er voor te zorgen dat ze een plek in de stad kunnen houden. Het huidig maatschappelijk klimaat gunt hen dat niet als vanzelf. Ook al ben je daar niet voor opgeleid en heb je er helemaal geen zin in, je zult aan de bak moeten. Initiatief nemen kan op twee manieren:

Florida2 Small De opkomst van de creatieve klasse leidde niet alleen tot het succes van vele grote steden, maar ook tot allerlei ongewenste neveneffecten, zoals gentrificatie, segregatie en ongelijkheid. Dat is de boodschap van het nieuwe boek The New Urban Crisis van Richard Florida. Betaalbare huisvesting is er niet meer; de middenklasse mag nog wel werken in de stad, maar kan er niet meer wonen; stadsdelen zijn óf rijk, óf arm en het verschil tussen die twee wordt steeds groter. ‘The winner-take-all urbanism’ noemt Florida dat. Hij beschrijft Amerikaanse steden (en af en toe London), maar de trend is zo langzamerhand ook voor ons in Nederland herkenbaar.

The dark side of urban revival
Natuurlijk kennen we Richard Florida vooral van zijn bestseller The Rise of the Creative Class uit 2002. Het aantrekken van de creatieve klasse en het inrichten van de stad voor die groep van kenniswerkers was de weg naar succes en economische voorspoed voor de stad. Florida presenteerde het niet alleen als een analyse van een bestaande ontwikkeling, maar vloog vervolgens de wereld rond om overal stadsbestuurders te inspireren om voluit te investeren in de creatieve klasse. Komt hij daar nu op terug? Een beetje. In het boek zijn een paar alinea’s te vinden waarin hij duidelijk zegt dat hij toen geen rekening heeft gehouden met de bijwerkingen van zijn medicijn: een onbetaalbare en voor twee derde van de bevolking ontoegankelijke stad. ‘I realized I had been overly optimistic to believe that cities and the creative class could, by themselves, bring forth a better and more inclusive kind of urbanism.’ En: ‘I found myself confronting the dark side of the urban revival I had once championed and celebrated.’

New20YorkDrie stadsgeografen schreven een wandelgids voor New York. Hoe vind je de sporen van 400 jaar geschiedenis terug in de gebouwde omgeving. Wandelen door bekende en minder bekende buurten, met informatie over sociaal-ruimtelijke veranderingen, over gebouwen en publiek domein, die je in andere gidsen niet krijgt. Dat is natuurlijk smullen voor New York-gangers die in hun werk bezig zijn met stedelijke ontwikkeling.

Ruimtelijke ontwikkeling van New York
Deze gids wijkt af van de gebruikelijke reisgidsen. Bekende toeristische plekken worden niet gemeden, maar van een andere context voorzien. Er is aandacht voor onbekendere buurten en bezienswaardigheden. Maar vooral onderscheidt deze gids zich omdat duidelijk wordt gemaakt hoe bevolkingsgroei en sociaaleconomische veranderingen doorwerkten in de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. De heldere inleiding beschrijft onder andere de wisselende balans tussen overheidsingrijpen en private ontwikkeling. Bekende regelgeving als Air Rights, BID (Business Improvement District), POPS ( Privately Owned Public Spaces), FAR (Floor Area Ratio) wordt nog eens uitgelegd en de auteurs laten zien hoe dat een stempel heeft gedrukt op de stad. In de 17 wandelingen (en 1 fietstocht) koppelen zij hun inzicht aan concrete buurten, gebouwen en plekken.

Gentrification
En natuurlijk laten ze zien hoe gentrification de ontwikkeling van de stad heeft aangejaagd. Soms ten goede omdat buurten er door werden gerenoveerd, maar soms ook met de bekende negatieve effecten zoals uitsluiting van eerdere bewonersgroepen. En soms dreigt een aanstekelijk verhaal aan zijn eigen succes ten onder te gaan, zoals de Highline, die wordt overspoeld door toeristen met weer een effect op de nabijgelegen woningen en voorzieningen. (Voor geïnteresseerden: zie hier een ambivalente terugblik op de Highline door de initiators.)

Boek
Wandelen in New York
werd geschreven door Irina van Aalst, Rianne van Melik en Jan van Weesep. De gids is deze week (half maart) verschenen bij de vrienden/collega’s van Odyssee. Digitaal en in print te bestellen via deze link.

Bijeenkomst
Op 22 maart 2017 is in Pakhuis De Zwijger een presentatie van de gids. Meer informatie en reserveren op de site van het Pakhuis.

BindingFoto SmallWe beginnen een nieuwe publicatieserie bij trancity-valiz: stadsessays. Een bijdrage aan het publiek debat over ruimtelijke en sociaaleconomische  thema’s. Een ‘plek’ voor analyse, verdieping en reflectie, maar ook voor stellingname en discussie. Gratis te downloaden, maar ook te koop in gedrukte vorm.

Er is volop discussie over stad en regio. Woningmarkt, gentrification, segregatie, sociale cohesie, tweedeling, wijkontwikkeling, stadmaken, publiek domein, zorgvoorzieningen, circulariteit, energietransitie; onderwerpen genoeg. En allemaal hebben ze ruimtelijke gevolgen of worden ze juist door verdeling en inrichting van de ruimte opgeroepen. Wordt de stad gedreven door economische of sociaal-culturele waarden?

Platform voor vak- en publiek debat
Trancity biedt een nieuw platform voor kennis en discussie. Stadsessays zoekt over de grenzen van vakdisciplines heen naar ruimtelijke en maatschappelijke samenhang en voedt het vak- en publiek debat.

Architect Marlies Rohmer maakte (samen met Hilde de Haan en Jolanda Keesom) een opmerkelijk boek. What happened to my buildings doet verslag van een rondtoer van de architect, die jaren na de oplevering haar eigen gebouwen bezoekt en praat met bewoners, gebruikers en opdrachtgevers. Soms zijn mensen tevreden, soms niet en regelmatig blijkt dat verwachtingen van de architect of opdrachtgever gewoon niet uitkomen. En bewoners ervaren praktische problemen. Dat levert leerzame en hilarische momenten op. ‘Als je naar buiten gaat terwijl het regent, is het net of je een emmer water in nek krijgt‘, zegt een bewoner in Almere.

WhatHappenedToMyBuildings pag 70 71 spreads 37Geen geïsoleerde iconen
Ik ben al jaren gecharmeerd van de architectuur van Marlies Rohmer. Haar gebouwen zijn verregaand gedetailleerd en dat maakt haar architectuur buitengewoon expressief. Zeer aanwezige gebouwen. Maar in tegenstelling tot sommige collega’s maakt ze geen iconen van haar gebouwen. Het zijn nooit ‘meesterwerken’ zonder relatie met hun omgeving. Zulke geïsoleerde iconen halen hun omgeving naar beneden, zoals een narcist doet met de mensen om hem heen. Gebouwen van Rohmer maken de omgeving juist sterker en optimistischer. Ze is niet uit op effectbejag, hoezeer haar gebouwen ook opvallen door de aandacht die de architect besteed heeft aan optimale kwaliteit.
Goed voorbeeld van dat ‘optimisme’ is wat mij betreft De Matrix, een MFA (multifunctionele accomodatie) in Hardenberg.

Abonneer u nu op de nieuwsbrief over onze publicaties en programma’s